23 2coronavirus.pdf


Aperçu du fichier PDF 232coronavirus.pdf

Page 1...16 17 18192024




Aperçu texte


17618

BELGISCH STAATSBLAD — 23.03.2020 − Ed. 2 — MONITEUR BELGE
VERTALING
WAALSE OVERHEIDSDIENST
[C − 2020/40758]
20 MAART 2020. — Besluit van de Waalse Regering betreffende de toekenning van compensatievergoedingen
in het kader van de maatregelen tegen het coronavirus COVID-19
De Waalse Regering,
Gelet op het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van kleine en middelgrote
ondernemingen, artikel 10;
Gelet op het decreet van 15 december 2011 houdende organisatie van de begroting, de boekhouding en de
rapportage van de Waalse overheidsbestuurseenheden;
Gelet op het decreet van 19 december 2019 betreffende de algemene uitgavenbegroting van het Waalse Gewest voor
het begrotingsjaar 2020;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 8 juni 2017 houdende organisatie van de controle en de interne
audit inzake de begroting, de boekhouding en de administratieve en begrotingscontrole van de diensten van de Waalse
Regering, de administratieve diensten met een zelfstandige boekhouding, de gewestelijke ondernemingen, de
instellingen en de Ombudsdienst van het Waalse Gewest;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 13 september 2019 tot vaststelling van de verdeling van de
ministeriële bevoegdheden en tot regeling van de ondertekening van haar akten;
Gelet op het besluit van de Waalse Regering van 26 augustus 2019 tot regeling van de werking van de Waalse
Regering;
Gelet op het rapport van 18 maart 2020, opgemaakt overeenkomstig artikel 3, 2°, van het decreet van 11 april 2014
houdende uitvoering van de resoluties van de Vrouwenconferentie van de Verenigde Naties die in september 1995 in
Peking heeft plaatsgehad en tot integratie van de genderdimensie in het geheel van de gewestelijke beleidslijnen;
Gelet op het advies van de Inspectie van Financiën, gegeven op 19 maart 2020;
Gelet op de instemming van de Minister van Begroting, gegeven op 20 maart 2020;
Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, lid 1;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid;
Gelet op het overleg tussen de Regeringen van de bevoegde gefedereerde entiteiten en de bevoegde federale
overheden in de Nationale Veiligheidsraad, die vergaderde op 10, 12 en 17 maart 2020;
Gelet op artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, dat het voorzorgsbeginsel
huldigt in het kader van het beheer van een internationale gezondheidscrisis en de actieve voorbereiding op de
potentialiteit van deze crises; dat dit beginsel inhoudt dat het, wanneer een ernstig risico zich allerwaarschijnlijkst voor
kan doen, de publieke overheden toekomt, dringende en voorlopige maatregelen aan te nemen;
Gelet op de verklaring van de WGO in verband met de kenmerken van het coronavirus COVID-19, in het bijzonder
de sterke besmettelijkheid en het sterfelijkheidsrisico;
Overwegende dat de WGO op 11 maart 2020 het coronavirus COVID-19 als een pandemie gelabeld heeft;
Overwegende dat de WGO op 16 maart 2020 zijn dreigingsniveau voor het coronavirus COVID-19, die de
wereldeconomie destabiliseert en zich snel over de wereld spreidt, naar de hoogste graad heeft opgetrokken;
Gelet op de verspreiding van het coronavirus COVID-19 op Europees grondgebied en in België;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid en het gezondheidsrisico dat het coronavirus COVID-19 voor de Belgische
bevolking inhoudt;
Overwegende dat het, om de verspreiding van het virus te vertragen en te beperken, nodig is onmiddellijk de in
overweging genomen maatregelen te bevelen, welke onontbeerlijk blijken op vlak van volksgezondheid;
Overwegende dat het gevaar zich over het grondgebied van alle landen verspreidt; dat het in het algemeen belang
is dat er samenhang gegeven wordt aan de getroffen maatregelen om de openbare orde in stand te houden, zodat de
doeltreffendheid ervan hoogst mogelijk is;
Overwegende dat de rechtstreekse en onrechtstreekse gevolgen van de crisis een beheer op gewestelijk niveau
vereisen;
Overwegende dat de crisis de economische activiteit op het grondgebied kan vertragen;
Overwegende dat het bijgevolg passend is de nodige maatregelen te nemen om de ondernemingen te
ondersteunen;
Overwegende dat de dringende noodzakelijkheid verantwoord is;
Op de voordracht van de Minister van Economie;
Na beraadslaging,
Besluit :
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° decreet : het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van kleine en
middelgrote ondernemingen;
2° Minister : de Minister van Economie;
3° onderneming : de kleine onderneming bedoeld in artikel 3, § 3, van het decreet waarvan het personeelsbestand
en de financiële drempels degene zijn als bedoeld in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van de
Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het
Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard, de in artikel 3, § 5, van het decreet bedoelde zeer
kleine onderneming en de natuurlijke persoon die een beroepsactiviteit uitoefent in hoofdberoep of bijkomend
beroep;